vandoor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·door
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

vandoor

  1. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.
    • ervandoor: Hij is er met de centen vandoor. 
Uitdrukkingen en gezegden

Er vandoor gaan.

  • Weggaan, vertrekken.
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.