våt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • våt
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse bijvoeglijke naamwoord vátr.

Bijvoeglijk naamwoord

våt

  1. nat
    «I vått høstvær er gummistøvelen en sikker vinner.»
    In de natte herfstweer zijn rubberlaarzen een zekere winnaar.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud våt våtere våtest
o enkelvoud vått
meervoud våte
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
våte våtere våteste
Antoniemen
Antoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • våt
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse bijvoeglijke naamwoord vátr.

Bijvoeglijk naamwoord

våt

  1. nat
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud våt våtare våtast
o enkelvoud vått
meervoud våte
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
våte våtare våtaste
Antoniemen
Antoniemen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • våt
stellend vergrotend overtreffend
våt
våtare
våtast

Bijvoeglijk naamwoord

våt

  1. nat
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen