utslått

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ut·slått
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Noorse woord slått met het voorvoegsel ut-.

Bijvoeglijk naamwoord

utslått

  1. uitgebroken
  2. verslagen, uitgeschakeld
  3. afgedraaid, afgepeigerd
  4. golvend
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud utslått mer utslått mest utslått
o enkelvoud utslått
meervoud utslåtte
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
utslåtte mer utslått mest utslåtte
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

utslått m

  1. (landbouw) hooibouw, hooioogst in de buitenste regio's
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   utslått     utslåtten     utslåtter     utslåttene  
genitief   utslåtts     utslåttens     utslåtters     utslåttenes  



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ut·slått
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nynorske woord slått met het voorvoegsel ut-.

Bijvoeglijk naamwoord

utslått

  1. uitgebroken
  2. uitgeput
  3. gespreid
  4. golvend
  5. uitgehouden, uitgestoken
  6. verslagen, uitgeschakeld
  7. afgedraaid, afgepeigerd
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud utslått meir utslått mest utslått
o enkelvoud utslått
meervoud attributief: utslått
predicatief: utslåtte
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
attributief: utslått
predicatief: utslåtte
meir utslått attributief: mest utslått
predicatief: mest utslåtte
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

utslått m

  1. (landbouw) hooibouw, hooioogst in de buitenste regio's
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   utslått     utslåtten     utslåttar     utslåttane