utility

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • u·ti·li·ty
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord utility
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

utility

  1. (informatica) klein programma dat één bepaalde functie kan verrichten
  2. nutsbedrijf
Synoniemen
Verwante begrippen


Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Meer informatie