usufruit
Uiterlijk
- Geluid: usufruit (Lyon) (hulp, bestand)
- IPA: /y.zy.fʁɥi/
- leenwoord van juridisch Latijn ususfructus met dezelfde betekenis, een samenstelling van usus "gebruik" (participium perfectum van uti) en frūctūs "vrucht; opbrengst" [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| usufruit | l'usufruit | usufruits | les usufruits |
usufruit m
- ↑ usufruit (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.