urineren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uri·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
urineren
urineerde
geürineerd
zwak -d volledig

Werkwoord

urineren

  1. (inergatief) het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl