ultrasonisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ul·tra·so·nisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ultrasonisch ultrasonischer
verbogen ultrasonische ultrasonischere
partitief ultrasonisch ultrasonischers -

Bijvoeglijk naamwoord

ultrasonisch

  1. ultrasoon

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.