ulcisci

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ulˈkiːs.kɪ/
Woordafbreking
  • ul·cis·ci
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. pass.
1e pers. enk.
ind. perf. pass.
ulcīscī ulcīscor ultus sum
derde vervoeging volledig deponent

Werkwoord

ulcīscī

  1. wreken, vergelden,
  2. wraak nemen op, straffen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen