uitzitten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zit·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzitten
zat uit
uitgezeten
klasse 5 volledig

Werkwoord

uitzitten

  1. overgankelijk een vooraf bepaalde tijd ergens gedwongen verblijven; voltooien van een gevangenisstraf
    • Die straffen worden zelden in hun geheel uitgezeten. 
     De rechtbank veroordeelde Bakker vorig jaar nog tot een gevangenisstraf van 4,5 jaar, waarop Bakker in hoger beroep ging. Bakker is direct vrijgelaten omdat hij de achttien maanden cel al in voorarrest heeft uitgezeten. Hij was zelf niet aanwezig in de rechtbank.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 13 juli 2022 Weblink bron “Voormalige verslavingsgoeroe Keith Bakker krijgt fors lagere straf in hoger beroep” (13 jul 2022), NU.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be