uitzetbaar
Uiterlijk
- Geluid: uitzetbaar (hulp, bestand)
- uit·zet·baar
- Naamwoord van handeling van uitzetten met het achtervoegsel -baar
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | uitzetbaar | uitzetbaarder | uitzetbaarst |
| verbogen | uitzetbare | uitzetbaardere | uitzetbaarste |
| partitief | uitzetbaars | uitzetbaarders | - |
uitzetbaar
- dat iets naar buiten gedraaid kan worden
- Wij kochten een uitzetbaar dalvenster.
- uit een land verwijderd kunnen worden
- Kinderen en gehandicapten zijn niet zomaar uitzetbaar
- Het woord uitzetbaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.