uitvoeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitvoeren
voerde uit
uitgevoerd
zwak -d volledig

Werkwoord

uitvoeren

  1. exporteren (alle betekenissen)
  2. afhandelen, voltrekken, ten uitvoer brengen
     Nog voordat ik mijn pakken en overhemden ging uithangen in de kleerkast in de achterkamer, voerde ik het ritueel uit waarmee ik het bureau als mijn territorium markeerde.[2]
     We gingen zitten op het terras van Caffè Lavena. We hadden ook Florian of Quadri kunnen kiezen om ons te laten afzetten in naam van de nostalgie. Ook daar zouden we er zeker van hebben kunnen zijn dat de toeristische exploitatie van een klinkende naam en een elegant verleden met flair en stijl zou worden uitgevoerd.[3]
  3. (software) runnen, een programma uitvoeren
Typische woordcombinaties
  • [1]: (consumptie)goederen uitvoeren, uitvoeren van gegevens uit een informatiesysteem
  • [2]: een vonnis uitvoeren, een muziekstuk uitvoeren
  • [2]: een gerechtelijk bevel uitvoeren
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
uitvaren

uitvoeren

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van uitvaren
    • ...dat wij uitvoeren. 
    • ...dat jullie uitvoeren. 
    • ...dat zij uitvoeren. 

Zelfstandig naamwoord

uitvoeren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord uitvoer

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen