uitvoeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitvoeren
voerde uit
uitgevoerd
zwak -d volledig

Werkwoord

uitvoeren

  1. exporteren (alle betekenissen)
  2. afhandelen, voltrekken, ten uitvoer brengen
  3. (software) runnen, een programma uitvoeren
Typische woordcombinaties
  • [1]: (consumptie)goederen uitvoeren, uitvoeren van gegevens uit een informatiesysteem
  • [2]: een vonnis uitvoeren, een muziekstuk uitvoeren
  • [2]: een gerechtelijk bevel uitvoeren
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
uitvaren

uitvoeren

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van uitvaren
    ...dat wij uitvoeren.
    ...dat jullie uitvoeren.
    ...dat zij uitvoeren.