uitvinder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·vin·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitvinder uitvinders
verkleinwoord uitvindertje uitvindertjes

Zelfstandig naamwoord

uitvinder m

  1. persoon die uitvindingen doet
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie