uitvalarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·val·arm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitvalarm uitvalarmen
verkleinwoord uitvalarmpje uitvalarmpjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Zelfstandig naamwoord

uitvalarm m

  1. (techniek) staaf waarvan het ene uiteinde met een scharnier aan een wand is bevestigd en met het andere aan een hangend voorwerp dat zo daarboven tegen die wand kan worden ingeklapt of van de wand af kan worden uitgeklapt
    • Eén uitvalarm van de zonwering is verbogen doordat de jongens eraan gingen hangen. 
  2. (verkeer) zijtak van een verkeersweg die uit de bebouwde kom leidt

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders
53 % van de Vlamingen.