uitstrijkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bloeduitstrijkje
Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·strijk·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitstrijkje uitstrijkjes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

uitstrijkje o

  1. (medisch) microscopisch te onderzoeken biologisch materiaal dat op een objectglaasje wordt uitgesmeerd, met name materiaal van de baarmoedermond
    • Ook bij een ander kankeronderzoek neigen tienduizenden vrouwen tot overscreening. Niet minder dan 26 procent van de vrouwen die een uitstrijkje laten nemen om baarmoederhalskanker op te sporen, doet dat meer dan eens in de drie jaar (het ritme van het officiële bevolkingsonderzoek voor vrouwen tussen 25 en 64 jaar). Het gaat om meer dan 100.000 vrouwen in Vlaanderen.[1] 
    • M. liep vorig jaar al een tijdje bij de fysiotherapeut omdat ze pijn in haar rug had. Net toen de huisarts haar wilde doorsturen, kwam de uitslag van het uitstrijkje dat ze vanwege haar leeftijd had gehad. Binnen een week werd duidelijk dat ze niet meer operabel was. Niet-behandelbaar. ,,Dan stort je wereld wel even in. [2] 
    • Één op vijf vrouwen die een uitstrijkje laten maken, heeft lichamelijke klachten na onderzoek.'Met ergernis over de houding van veel vrouwen, heb ik dit stukje gelezen. Het is bekend dat de therapeutische hysteroscopie met de snare (elektrisch verhitte poliepectomielis), minimale tot geen bijwerkingen geeft.[3] 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Standaard 27/OKTOBER/2017 Maxie Eckert
  2. Tubantia Floris Brandriet 07-APRIL-2017
  3. Volkskrant 21 november 2016