uitstralen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·stra·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitstralen
straalde uit
uitgestraald
zwak -d volledig

Werkwoord

uitstralen [1]

  1. overgankelijk energie of materie (straalsgewijs) verspreiden
  2. overgankelijk (figuurlijk) op duidelijke wijze tonen
    • hij straalde zelfvertrouwen uit 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen