uitselecteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·se·lec·te·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

uitselecteren [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitselecteren
selecteerde uit
uitgeselecteerd
zwak -d volledig
  1. iets of iemand afzonderen uit een groep op basis van een selectieproces
    • ,,Sommige ziektes of de behandeling daarvan zorgen ervoor dat het drinken van alcohol niet mogelijk is. Dit kan het grotere risico op verzuim onder geheelonthouders verklaren’’, zegt onderzoeker Jenni Ervasti tegen medisch vakblad Addiction. Daartegenover zouden zware drinkers zichzelf juist uitselecteren voor het onderzoek: ze verdwijnen immers van de arbeidsmarkt als zij vroeger met pensioen gaan of werkloos worden, waardoor het effect op het ziekteverlof niet meegenomen wordt. [2] 
    • ‘Wes, ik werk altijd volgens het B-systeem van Beslissen, Besluiten en Bekrachtigen. Dat is nu niet anders. En in jouw geval volgt uit het B-systeem automatisch het U-systeem.’ ‘En dat is?’ ‘Uitselecteren, Uitwerpen en Uren aan de telefoon Uitleggen waarom je iemand er Uit gegooid hebt.’ [3] 
    • En dan is er nog het hardnekkige misverstand dat succes allemaal te danken is aan één gouden idee. 'Google was niet de eerste zoekmachine, LinkedIn was niet het eerste sociale netwerk. Het zit veel meer in de uitvoering, de mensen die je erbij betrekt, incubators en angel-investeerders die de start-ups bij de hand nemen en snel uitselecteren wie kans maakt om verder te komen. [4] 
Synoniemen


Gangbaarheid

Verwijzingen