uitroeptekentjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·roep·te·ken·tjes

Zelfstandig naamwoord

uitroeptekentjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord uitroepteken