uitnemend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • uit·ne·mend
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘uitmuntend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uitnemend uitnemender uitnemendst
verbogen uitnemende uitnemendere uitnemendste
partitief uitnemends uitnemenders -

Bijvoeglijk naamwoord

uitnémend

  1. van uitzonderlijk hoge kwaliteit
    • Dit was werkelijk een uitnemende vertolking van dit prachtige stuk. 

Werkwoord

vervoeging van
uitnemen

úítnemend

  1. onvoltooid deelwoord van uitnemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.

Verwijzingen