uitmuntendheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·mun·tend·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitmuntendheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

uitmuntendheid v [1]

  1. het van excellente kwaliteit zijn; het uitblinken
    • Het concert van vrijdag is tevens het laatste optreden van dirigente Ira Wunnekink. Zij hanteerde twaalf jaar lang de dirigeerstok bij Amicitia. De harmonie heeft zich onder haar leiding in de derde divisie van de KNFM, vroeger de klasse uitmuntendheid, weten te handhaven. Geen geringe prestatie voor een muziekkorps in een klein dorp. Twee keer werd op een concours een eerste prijs behaald en eenmaal een tweede. [2] 
    • De Domtoren heeft het Certificaat van Uitmuntendheid gekregen van recensiesite Tripadvisor. Het certificaat mag nu een jaar lang uitgedragen worden. [3] 
    • Volgens vice-Commissievoorzitter Katainen heeft Europa ‘onderzoek van wereldklasse’ en een solide industriële basis. ,,Maar we moeten harder werken – veel harder – om die uitmuntendheid in succes om te zetten.” Volgens Katainen gaat het dan vooral om nieuwe ‘megatrends’ zoals kunstmatige intelligentie (robots) en de kringloopeconomie. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid


Verwijzingen