uitmiddelpuntig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·mid·del·pun·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uitmiddelpuntig uitmiddelpuntiger uitmiddelpuntigst
verbogen uitmiddelpuntige uitmiddelpuntigere uitmiddelpuntigste
partitief uitmiddelpuntigs uitmiddelpuntigers -

Bijvoeglijk naamwoord

uitmiddelpuntig

  1. niet op het gebruikelijke centrum gericht
    • Hij kan de respons van de ander overdreven vinden, ingehouden, pathetisch, onrecht of anderszins uitmiddelpuntig - anders dan wat hij zelf verwacht.[1] 
  2. niet gemiddeld, bijzonder
    • Ik herinner me dat ik in de jaren vijftig in museum Boijmans voor het eerst de schilderijen van Nicolas de Staël zag, uitmiddelpuntige maar toch evenwichtige composities van kleurvlakken die een overweldigende indruk op me maakten. [2] 
    • Na alle ellende die in Europeana de revue is gepasseerd lezen we tot slot woorden over `de theorie van het einde van de geschiedenis'. Je zou het bijna wensen, als je dit op pagina 156 van Ouredníks uitmiddelpuntige historieboek leest. Maar dan komt er nog de uitsmijter: `Maar veel mensen kenden die theorie niet en bleven doodleuk geschiedenis maken.' Punt. We blijven voorlopig gewoon doorleven, daar heeft Ouredník gelijk in. Maar je houdt je hart vast. [3] 
    • Niet `den échten man en de échte vrouw' maar `verslapte, gedegenereerde of uitmiddelpuntige gevallen' zouden de toon aangeven, met maatschappijbrede `ontreddering en verwarring' als gevolg. [4] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen

  1. De debetzijde van het hedendaagse stressonderzoek in de psychiatrie H.M. van Praag 2003
  2. NRC Lien Heyting 15 november 2002 Ik zal nooit in hout hakken
  3. NRC Atte Jongstra 2 januari 2004 Alles tussen beha en eugenetica
  4. NRC Janka StokerMineke van Essen 25 november 2004 Vrouwen van Venus, mannen van Mars?
Vertalingen

Gangbaarheid