uitkijktoren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitkijktoren
Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·kijk·to·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitkijktoren uitkijktorens
verkleinwoord uitkijktorentje uitkijktorentjes

Zelfstandig naamwoord

uitkijktoren m

  1. een hoog en smal gebouw dat dient om ver in de omgeving te kunnen kijken als men op de top van dit gebouw is
    • Zelf heb ik een haat-liefdeverhouding met onze beroemde uitkijktoren. Decennialang werd de betonnen wederopbouwpaal ons opgedrongen op ansichtkaarten en tijdschriften als hét icoon van Rotterdam, terwijl wij Rotterdammers het idee hadden inmiddels al veel verder te zijn in onze ontwikkeling als moderne stad. Daarnaast heb ik een onvoorspelbare vorm van hoogtevrees, waardoor ik van tevoren nooit weet of ik ga genieten van het spectaculaire uitzicht of in doodsangst de lift onmiddellijk weer terug naar beneden moet nemen. Maar nu de Euromast (of „Ui-ro-mast”, zoals ik het toenmalig minister Els Borst ooit hoorde uitspreken) eindelijk in Rotterdamse handen is, ga ik proberen de grootste paal van Nederland alsnog te omarmen. En heb op hoop van zegen voor zaterdag alvast een tafeltje (aan het raam!) gereserveerd. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Mirjam de Winter 13 oktober 2016
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be