Naar inhoud springen

uitkijk

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Uitkijk
"Op de uitkijk" van Johannes Marius ten Kate op Wikipedia (nl).
  • uit·kijk
enkelvoud meervoud
naamwoord uitkijk uitkijken
verkleinwoord uitkijkje uitkijkjes

deuitkijkm

  1. plek waarvan men uitkijkt
  • op de uitkijk staan
    voortdurend opletten op de nadering van iemand of een andere ontwikkeling die een onmiddellijke reactie nodig maakt
vervoeging van
uitkijken

uitkijk

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitkijken
    • ... dat ik uitkijk. 
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]