uitje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(heteroniem)

Woordafbreking
  • [1] uit·je
  • [2] ui·tje
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van uit.
  • Verkleinwoord van ui.
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord uitje uitjes

Zelfstandig naamwoord

uitje o dim. tant.

  1. een gelegenheid waarbij mensen uitgaan en vertier zoeken
    • We hebben er een gezellig uitje van gemaakt. 
  2. (plantkunde) (voeding) Allium cepa op Wikispecies verkleinwoord enkelvoud van ui
    • Je kunt er ook wat uitjes in doen. 
Hyponiemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

uitje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ui

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be