uitglijden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·glij·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitglijden
gleed uit
uitgegleden
klasse 1 volledig

Werkwoord

uitglijden

  1. ergatief door glijden ten val komen
    • Het pad was met ijzel bedekt waardoor hij uitgleed. 
     Nu moest ik zelf over het moeilijke stuk sneeuw waar de meiden waren uitgegleden, maar ik had mijn microspikes niet meer bij me.[1]
     Als je hier zou uitglijden zou je honderden meters naar beneden vallen.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be