uitgezonderd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·zon·derd

Voegwoord

uitgezonderd

  1. met uitzondering van
    Ik was klaar om te gaan, uitgezonderd dat ik m'n koffers nog moest halen.

Werkwoord

vervoeging van
uitzonderen

uitgezonderd

  1. voltooid deelwoord van uitzonderen