uitgelatenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·la·ten·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitgelatenheid uitgelatenheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

uitgelatenheid v

  1. uitbundige, grenzeloos vreugdevolle stemming
    • De uitgelatenheid van de kinderen deed de ouders het ergste vrezen; meestal volgde er dan een huilpartij. 

Gangbaarheid