uitgangspunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·gangs·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitgangspunt uitgangspunten
verkleinwoord uitgangspuntje uitgangspuntjes

Zelfstandig naamwoord

uitgangspunt o

  1. de aannames en veronderstellingen waar men van uitgaat
    • De dualiteit van golf en deeltje is het uitgangspunt van de kwantummechanica. 
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.