uiterste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ui·ter·ste
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van uiterst met het achtervoegsel -e
  • is op te vatten als de verbogen overtreffende trap van het voorzetsel uit [1]

Bijvoeglijk naamwoord

uiterste

  1. verbogen vorm van de stellende trap van uiterst
     Iets compleet anders dan ik gewend was, waar ik ontzag voor had en waar ik mijn uiterste best voor moest doen.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord uiterste uitersten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

uiterste

  1. datgene wat (tot) het verste gaat
    • Hij ging tot het uiterste en won op het nippertje. 
     Wij waren een cocktail van uitersten (in willekeurige volgorde): rustig, uitgesproken en luidruchtig.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. uiterste op website: Etymologiebank.nl
  2. 2,0 2,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be