uitbollen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·bol·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitbollen
bolde uit
uitgebold
zwak -d volledig

Werkwoord

uitbollen

  1. geleidelijk tot stilstand komen doordat de aandrijving is beëindigd
  2. (informeel) na afloop van een tijd met veel inspanningen het verder rustig aan doen
  3. op je gemak helemaal onderuit zakken
  4. doorzakken
Synoniemen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.