uitbarsten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·bar·sten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitbarsten


barstte uit


uitgebarsten


gemengd volledig

Werkwoord

uitbarsten

  1. (ergatief) tot een ontploffing komen
    De Etna was uitgebarsten en de lava vloeide van de berg.