uitbarsten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·bar·sten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitbarsten
barstte uit
uitgebarsten
gemengd volledig

Werkwoord

uitbarsten

  1. ergatief tot een ontploffing komen
    • De Etna was uitgebarsten en de lava vloeide van de berg. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.