uilskuiken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uils·kui·ken
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uilskuiken uilskuikens
verkleinwoord uilskuikentje uilskuikentjes

Zelfstandig naamwoord

uilskuiken o

  1. het jong van een uil
  2. (fig.) iemand die heel erg dom is
Synoniemen

2

boerenlul, dombo, domkop, dommerik, domoor, drol, droplul, druiloor, eend, eendenkuiken, ei, eikel, ezel, ezelsveulen, flapdrol, gehaktbal, hals, hansworst, jojo, kaffer, kalf, kalfskop, koe, kuiken, kwezel, leeghoofd, minkukel, nitwit, oelewapper, oen, oetlul, oliebol, onbenul, rund, schaapskop, steenezel, stomkop, stommeling, stommerd, stommerik, sufferd, sufkont, sufkop, sufkut, uil, uilenbal, weetniet, zakkenwasser, zultkop