twisten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twis·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
twisten
twistte
getwist
zwak -t volledig

Werkwoord

twisten

  1. (inergatief) onenigheid hebben
    Het scheidende echtpaar twistte openbaar over het lot van hun kinderen, maar tot een publieke veldslag kwam het nooit.
  2. (inergatief) een heftige discussie voeren
    Zij twistten over de vraag hoe de bermen in Nederland het best beheerd kunnen worden.
Verwante begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Zelfstandig naamwoord

twisten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord twist