tweemaandelijks
Uiterlijk
- twee·maan·de·lijks
- samenstelling van twee en maandelijks
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | tweemaandelijks |
| verbogen | tweemaandelijkse |
| partitief | tweemaandelijks |
tweemaandelijks
- om de twee maanden (niet te verwarren met 2x per maand)
- Het woord tweemaandelijks staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.