tweekamerwoninkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·ka·mer·wo·nin·kje

Zelfstandig naamwoord

tweekamerwoninkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord tweekamerwoning