tweejarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘twee jaar oud’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • Samenstellende afleiding van twee en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen tweejarig
verbogen tweejarige
partitief tweejarigs

Bijvoeglijk naamwoord

tweejarig

  1. twee jaar oud
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen