tweedeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tweedeling tweedelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tweedeling v

  1. (maatschappij) de verdeling van de bewoners van een land d.m.v. één criterium en één lijn (bijvoorbeeld bezit, inkomen, opleiding, ras, godsdienst, geslacht, werk, leeftijd)
    • Bij het tweede lijsttrekkersdebat tussen Asscher en Samsom, zaterdag, vonden de PvdA’ers het geweldig dat Asscher de VVD „de partij van de tweedeling” noemde. [2] 
  2. (biologie)verdeling of splitsing in twee min of meer gelijke delen
Synoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen