tweedehands

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·de·hands
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van tweede en hand met het achtervoegsel -s
stellend
onverbogen tweedehands
verbogen tweedehandse
partitief tweedehands

Bijvoeglijk naamwoord

tweedehands

  1. reeds in iemand anders bezit geweest
    • Deze tweedehandse trui is net nieuw. 
     Eerst was ik van plan om een jaar lang helemaal geen nieuwe producten te kopen, alles tweedehands dus.[1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Opmerkingen
  • Attributief wordt het woord vaak onverbogen gebruikt: een tweedehands auto
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be