Naar inhoud springen

tweebenig

Uit WikiWoordenboek
  • twee·be·nig
stellend
onverbogen tweebenig
verbogen tweebenige
partitief tweebenigs

tweebenig

  1. van een levend wezen dat het op twee benen kan lopen
  2. zowel je linker- als je rechter been kunnen gebruiken om te schieten bij voetballen
    • De tweebenige spits wat moeilijk tegen te houden. 
98 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be