tweebaansweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

tweebaansweg
Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·baans·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tweebaansweg tweebaanswegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tweebaansweg m

  1. een weg met één rijbaan en twee rijstroken voor verkeer in beide richtingen
    • De heteluchtballon landde midden op de tweebaansweg in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. [1] 
     De Franse traditie ziet er heel anders uit, zoals de Britse trendwatcher Stephen Bayley opmerkte. Je rijdt op je gemak over een met platanen omzoomde tweebaansweg, in een comfortabele auto, bij voorkeur een Citroën DS.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Tubantia 07-07-18 Mankement aan gasbrander dwingt ballonvaarder tot landen op snelweg
  2. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant