tussenliggend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tus·sen·lig·gend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen tussenliggend
verbogen tussenliggende
partitief tussenliggends

Bijvoeglijk naamwoord

tussenliggend [1]

  1. van iets dat het tussen twee zaken in is
     "Na vorig jaar hebben we een rondvraag gedaan onder de nabestaanden. Toen bleek dat we elke vijf jaar een grote herdenking willen en in de tussenliggende jaren alleen met de nabestaanden", legt Van der Steen uit.[2]
     "De uitslag van de antistoffen krijg je meteen, maar op het resultaat van de coronatest moet je maximaal 24 uur wachten. In de tussenliggende tijd word je geacht op je hotelkamer te blijven. Dus je mag ook niet tennissen of naar de gym. Dinsdag worden we opnieuw getest."[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Digitale herdenking MH17 in heftig jaar voor nabestaanden door strafzaak” (VR 17 JULI 2020), NOS
  3. Bronlink Weblink bron Franklin Stoker “Palermo markeert herstart tennisjaar: 'Alles goed geregeld, voel me veilig'” (MA 3 AUGUSTUS 2020), NOS