turbulent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tur·bu·lent
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen turbulent turbulenter turbulentst
verbogen turbulente turbulentere turbulentste
partitief turbulents turbulenters -

Bijvoeglijk naamwoord

turbulent

  1. woelig, erg onrustig.
    • Het was een turbulent jaar. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie