tulpenbol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tul·pen·bol
enkelvoud meervoud
naamwoord tulpenbol tulpenbollen
verkleinwoord tulpenbolletje tulpenbolletjes

Zelfstandig naamwoord

tulpenbol m

  1. (plantkunde) de ondergrondse bol van waaruit een tulp ontspruit
    • Het is weer tijd om de tulpenbollen in de tuin te zetten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.