tuinbeurs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tuin·beurs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tuinbeurs tuinbeurzen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tuinbeurs v/m

  1. tentoonstelling waar je tuinproducten kunt bekijken en kopen
    • Wat Outside 2007 nog toevoegt aan de al bestaande Woonbeurs, de Tuinbeurs en de Voorjaarsbeurs? „Het concept is nieuw. Het gaat ons om de tuin, en om het wonen daarin. Een voorjaarsbeurs is toch meer gericht op lifestyle, daar kun je bijvoorbeeld ook kleding krijgen.”[1] 
    • Op het NK in Den Bosch hadden de teams achttien uur per persoon de tijd om de tuin af te krijgen. De uren waren over drie dagen verdeeld, tijdens de tuinbeurs ‘TuinIdee 2011’. Anderhalve week voor het NK kreeg het duo het ontwerp van de tuin aangeleverd.[2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Ellen van de Beek 30-03-2007 Buiten wordt binnen en andersom op Outside 2007
  2. Tubantia 10-03-11 ‘Zenuwen? Nee, wij zijn Tukkers’