tuer
Uiterlijk
- geërfd van vulgair Latijn *tutare van Klassiek Latijn tutari "beschermen, garanderen", wat uiteindelijk synoniem werd met "uitdoven" door invloed van de frase tutare famem, stitim "de honger wegnemen; de dorst lessen", waar het synoniem was met extinguere; de betekenis "gewelddadig doden" werd al in het Oudfrans geattesteerd in de 12de eeuw [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tuer |
tuais |
tué |
| eerste groep | volledig | |
tuer
- vermoorden
- (spreektaal) slaan, mishandelen
- «Ma copine est sortie avec un aut'mec, j’vais la tuer!»
- Mijn vriendin is met een andere kerel uitgegaan, ik vermoord haar! [2]
- «Ma copine est sortie avec un aut'mec, j’vais la tuer!»
- (spreektaal) teleurstellen
- «J’croyais que Sylvie voulait sortir avec moi, putain, ça me tue!»
- Ik dacht dat Sylvie met me uit wilde, ik ben er verdomme kapot van! [2]
- «J’croyais que Sylvie voulait sortir avec moi, putain, ça me tue!»
- (spreektaal) afmatten, vermoeien
- «L’entraînement de natation hier, il m’a tué!»
- Ik ben doodmoe van die zwemtraining van gisteren! [2]
- «L’entraînement de natation hier, il m’a tué!»
- (spreektaal) gaaf zijn, te gek zijn
- «Il tue trop le son de tes enceintes!»
- Het geluid van je speakers is echt prachtig! [2]
- «Il tue trop le son de tes enceintes!»