trucje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • truc·je

Zelfstandig naamwoord

trucje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord truc

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.