trouwers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trou·wers

Bijvoeglijk naamwoord

trouwers

  1. partitief van de vergrotende trap van trouw
    • Dat is iets trouwers... 

Zelfstandig naamwoord

trouwers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord trouwer