trouwerij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

trouwerij
Uitspraak
Woordafbreking
  • trou·we·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trouwerij trouwerijen
verkleinwoord trouwerijtje trouwerijtjes

Zelfstandig naamwoord

trouwerij v

  1. feest rond het aangaan van een huwelijk
    • We zijn gisteren naar een trouwerij geweest. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie