trottoirband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

trottoirband
Uitspraak
Woordafbreking
  • trot·toir·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trottoirband trottoirbanden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

trottoirband m [1]

  1. (bouwkunde) hardstenen rand tussen de rijweg en het iets hoger liggende voetpad of trottoir
    • Twee begrafenisondernemers, van 25 en 34 jaar, wachten geduldig het moment af om hun diensten aan te bieden. Ze zitten stilletjes op de trottoirband een eind verderop. Met z’n tweeën dwalen ze al zeventien jaar ’s nachts door de stad, wachtend op een tip van een politieagent of ambulancier. Wachtend op een moord. [2] 
    • Ook hadden ze de trottoirband geel geverfd en de tekst 'no parking'in reliëfletters aangebracht. Buren hadden hierover geklaagd bij de verkeersdienst van de stad New York, die woensdag besloot dat Madonna de stoep binnen dertig dagen in originele staat moet terugbrengen. Anders krijgt ze een boete van 250 dollar.[3] 
    • Dat betekent bijvoorbeeld een obstakelvrij trottoir (zonder losse reclamepanelen, bloembakken midden op de stoep en rondslingerende fietsen) gemaakt van stroef, slipvrij materiaal en met verlaagde trottoirbanden.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 4 NOVEMBER 2017
  3. Tubantia 11-JANUARI-2017
  4. Volkskrant MALOU VAN HINTUM 5 augustus 2013