trotten
Uiterlijk
- trot·ten
- uit het Frans
trotten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| trotten |
trotte |
getrot |
| zwak -t | volledig | |
- stevig doorlopen
- Het woord trotten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "trotten" herkend door:
| 37 % | van de Nederlanders; |
| 66 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be