troostende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • troos·ten·de

Werkwoord

vervoeging van
troosten

troostende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van troosten

Bijvoeglijk naamwoord

troostende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van troostend